In de Spotlight

Nora van Klingeren

Nora van Klingeren (Amsterdam, 1956) vindt vilten een magisch proces. Ze maakt haar vilt zelf en verwerkt hierin stukken met door haarzelf met zeefdruk bedrukte zijde. Ze doet een deel van het proces met de hand en een deel met de viltmachine. Die kocht ze toen ze een aantal jaren geleden begon met het maken van lijkwaden (www.stof-tot-stof.nl). Ze werkt met bewerkte en onbewerkte wol, zoals van het Scottish Black Face of het Wenseleydale schaap. De bewerkte en reeds geverfde wol is meestal zachte Merino wol. Tussen het vilten door vond Nora van Klingeren de tijd om voor ons de vijf uitgelichte vragen te beantwoorden.

Als je een dag of nacht in een museum mocht doorbrengen welk museum zou dat dan zijn?
Ik zou er sowieso de nacht willen doorbrengen. Ik heb vroeger bij Naturalis gewerkt; als er niemand in het museum is, krijgt het toch een heel andere sfeer. Ik zou naar een museum willen met een diversiteit aan objecten. Ik zou dan bijvoorbeeld voor het Teylersmuseum in Haarlem gaan. Daar heb je kunst en objecten die tot de verbeelding spreken.

Heb je zelf een schilderij gemaakt dat je absolute favoriet is?
Ik heb met het ene werk meer dan met de ander. Soms een ouder, leuk werk dat nog niet is verkocht, waarom niet, weet ik dan niet. Ik heb er wel een aantal dat meer favoriet is. Er zijn maar twee werken die niet te koop zijn. Frits en Frenky, dat zijn twee schapen, daar is mijn dochter dol op en die mag ik van haar niet verkopen. En een klein werkje, ‘the Right to write ’. Het is 20 bij 30 centimeter en heeft deelgenomen aan een rondreizende tentoonstelling met het thema vrijheid. Hij is op een heleboel plekken geweest waar ik niet ben geweest. Ik ben gehecht aan de historie van dat werk.

Wanneer ben je begonnen en hoe heeft zich dat ontwikkeld?
Ik ben opgeleid als architect, maar ik ben de managementhoek ingerold. Bij de vrije academie heb ik nog een aantal jaren keramiek gedaan. Het mooie van klei is dat zolang het niet gebakken is je er water over heen kunt gooien en er mee verder kunt. Maar het had ook zijn beperkingen; ik hou wel een beetje van groot werken, dan moest ik met ondersteuning werken en had ik een grotere oven nodig. Toen ben ik 2 jaar gaan lassen bij de vrije academie, ik hou van staal. Ik had ook een idee voor een lijn van vrolijke herensokken. Daardoor stuitte ik op het vilt. Ik ben toen een cursus vilten gaan doen, dat vond ik zo’n leuk proces dat ik daar mee verder ben gegaan. Vilten is een magisch proces. Ik vind de structuur van stof ook mooi en dat je het met zijde kunt combineren. Ik sluit niet uit dat ik staal en vilt in de toekomst ga combineren.

Ben je autodidact of heb je via opleiding, cursussen, workshops etc. je weg gevonden?
Ja, voor een deel ben ik autodidact. Maar bouwkunde komt zeker voor werken in opdracht van pas. Ik kijk in het huis naar de lijnen, wat goed past in het interieur, naar vormen en verhoudingen. Dus ik ben deels autodidact, maar neem ook deels bagage mee. Mijn zijde leverancier zegt wel eens, ik kan wel zien dat je niet uit de textielhoek komt. Mensen die uit die hoek komen, zien het meer als een eigen product, terwijl het voor mij meer een middel is om uitdrukking te geven aan waar ik mee bezig ben. Bij textielmensen gaat het nog net iets meer om de structuur van het materiaal. Ik wil meer in de kunsthoek zitten dan in de textielhoek.

Wie of wat inspireert je en waarom?
Eigenlijk kan alles me inspireren. Ik heb daar geen moeite mee. Ook als ik werk in opdracht en je komt bij die mensen thuis, ze willen een wandkleed, en ze zeggen “doe maar wat”. Dan laat ik me inspireren door platanen voor het raam, een boekenkast, bouwprocessen voor het huis of dingen die om me heen gebeuren. Dat is ook bij zijden sjaals zo. Wel vind ik techniek, water en mensen leuke onderwerpen.

Posted in In de Spotlight, Kunstenaars | Tagged , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Nora van Klingeren